Na verhuis van Antwerpen naar Mechelen zorgen kaalkopibissen voor primeur

De komst van vier dieren uit ZOO Antwerpen op 10 maart bracht nieuw bloed, nieuwe liefde en nieuw leven in de kolonie in continent Europa in ZOO Planckendael. Nadat ze begin deze maand uit hun ei braken, werden de drie belangrijke kuikens van de met uitsterven bedreigde kaalkopbibissen, geringd, negentien dagen na hun geboorte..


Gelijktijdig gaven ze een pluimpje af voor DNA-analyse en geslachtsbepaling in het eigen labo van de ZOO. Er liggen bovendien nog drie eieren in een ander warm nest. De geboorte van de kaalkopibissen is een primeur voor ZOO Planckendael.


Amanda Wielemans, woordvoerder van ZOO Planckendael: ‘Momenteel zitten hier elf kaalkopibissen. In de doorwandelvolière merk je dat de jongen er nog niet zo kenmerkend uitzien als hun ouders. Hun snavel is nog niet zo krom en lang om insecten, larven en wormpjes mee op te pikken. En hun kopje is nog niet kaal en mist nog de zwarte kuif en kraag. Coördinator Frédéric: ‘Het zijn prachtige vogels. De paarse gloed in hun veren glinstert tot metallic in het zonlicht. Je kan veel zeggen over hun uiterlijk, maar de vrouwelijke vogels zijn duidelijk dol op de kletskopjes.’

‘Vroeger kwamen ze in Europa voor, en zag je ze in de centrale Alpen, in Italië, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en ook in Spanje. Nu blijven er nog 250 volwassen dieren over in kolonies in Marokko, Turkije en Syrië. ‘


Wielemans: ‘De Noordelijke kaalkopibis behoort tot de honderd meest bedreigde vogelsoorten ter wereld. Jacht, verstoring van hun nestplaatsen en het verdwijnen van hun leefgebied maakt van hen een met uitsterven bedreigde soort. ‘


ZOO Planckendael neemt deel aan het Europees kweekprogramma dat geleid wordt door de stamboekhouder in Oostenrijk. Wist je dat er vogels uit zoo’s geherintroduceerd worden in de natuur, net als de monniksgieren van ZOO Planckendael?


Bij Noordelijke kaalkopibissen is de noodzakelijke trekdrang naar het Zuiden niet aangeboren. Nochtans is het kennen van een trekroute nodig om te overleven in de wintermaanden. De jonge vogels leren dit van volwassen soortgenoten.


In Oostenrijk worden vogels aangeleerd om een ultralight vliegtuigje te volgen naar het Zuiden. Kaalkopibissen kunnen anderhalve kilo wegen, 80 centimeter lang worden, 25 jaar oud worden en een spanwijdte van 135 centimeter hebben.


Vooral insecten worden door de kaalkopibissen gegeten. Hun lange, kromme snavel is handig om mee in de modder te wroeten. Zo zoeken de kaalkopibissen naar insecten. Daarnaast eten zij ook vaak vissen, kikkers en andere kleine prooidieren.

In de natuur wordt het nest met kleine takjes en plukjes gras gebouwd, tegen rotsen en steile hellingen aan. Hierin worden vaak tussen de twee en vier eieren gelegd. Na een maand broeden komen de kuikens uit het ei gekropen. (Antwerps Persbureau / Foto KMDA)